Hallo bloggertjes,
toch niet verschoten van de agressieve titel, hoop ik?!
“Pas maar op of ik eet je op” is de titel van het gelijknamige boek voor kleuters waaruit ik gisteren en vandaag heb voorgelezen. Het boek kadert in ons pestproject dat doorheen de hele school loopt.
Misschien vertelde je kleuter wel de inhoud van het verhaal maar misschien ook niet?! In dat geval zit je met deze blog op het juiste adres!
“Tom is een jongen die met zijn mama en zusje Britt naar de stad gaat wonen met het gevolg dat Tom en Britt op een nieuwe school terecht komen. Tom zit echter in de klas met grote pestkop Nik! Tom draagt een bril en uitgescholden worden voor “Stomme Tom, schele Tom, je ogen zijn krom,…” is dagelijkse kost voor Tom. Tom heeft geen zin meer in de nieuwe school en sluipt op een nacht het huis uit en trekt met de bus naar z’n tante die nog steeds in zijn vroegere dorp woont. Hij doet zijn tante het hele verhaal, maar uiteraard kan hij niet zomaar bij z’n tante blijven want mama en Britt zouden hem dan heel erg missen. Op de stoep van zijn tantes huis maakt hij kennis met een zwarte zwerfhond. Tom zou graag de hond houden en mama vindt het oké. Sindsdien heeft hij misschien geen vrienden op school maar heeft hij er wel een beste vriend bijgekregen, nl. Flap. Op een dag gaan Flap en Tom wandelen. Ze lopen er Nik tegen het lijf. Flap gaat wild tekeer tegen Nik en Nik toont zich opeens niet meer zo sterk, integendeel, hij is superbang voor Flap. Wanneer Tom Flap tot bedaren kan brengen, ziet Nik dat Tom ook heelwat te bieden heeft. En dan nodigt Nik Tom uit om samen te gaan voetballen met zijn vrienden. Sinds die dag ziet Tom de nieuwe school helemaal zitten!“
Na het verhaal denken we even na over pesten. Wat is pesten? Wat vinden we ervan? Hoe ervaren we dit?
Het is nu de bedoeling dat we enkele rake slogans i.v.m. pesten verwoorden.
Het gaat nogal moeilijk van start. De kinderen verwarren nogal vaak het pesten met het ruziemaken. Voor hen is pesten: duwen, slaan, schoppen, bijten,… Ik probeer hen uit te leggen dat pesten vooral iemand pijn doen is met woorden… lelijke dingen zeggen, zoals in het verhaal.
Dat schijnen de kleuters dan toch wel te begrijpen maar als ik dan vraag om een zinnetje te maken over pesten, bedenken ze de “vreselijkste scheldwoorden”
Oké, dat is natuurlijk de bedoeling niet!
Niet opgeven… Wie kan me vertellen wat ie zelf vindt van pesten? Ik vind pesten… of Pesten is…
Ja en dan komt het eindelijk op gang. Sommige kleuters bedenken leuke maar vooral rake slogans. Lees hieronder hun hersenspinsels:
- “Nanananana…”, dat doen we niet! (Imme)
- Pesten vind ik niet leuk. (Axelle)
- Ik vind dat niemand zijn tong mag uitsteken. (Zoë)
- Kinderen die pesten moeten in de hoek. (Ruben)
- Pestkoppen zijn niet leuk! (Khan)
- Als je iemand pijn doet, moet je wenen. (Marissa)
- Pesten vind ik saai! (Janara)
- Stomme woorden vind ik héél erg dom! (Gitane)
- Wie er aan het pesten is, moet de juf op straf zetten. (Gianni)
- Een pestkop is een lafaard! (Imme)
- Ik vind pesten vals spelen! (Bram)
- Pestkoppen vind ik supersaai! (Marissa)
Volià, creatief met woorden zijn sommige kleuters alvast en de anderen moet er nog een beetje aan wennen. Maar zolang ze niet aan het pesten gaan en bovenstaande slogans in het achterhoofd houden, is het allemaal goed voor mij!
Groetjes, juf Bérénice