Picasso

Standaard

Hallo bloggertjes,

de kunstenaar die vandaag aan bod komt, is heel beroemd. Hij heeft zelfs een eigen museum, een museum vol met enkel zijn kunstwerken want meestal hangen er in musea kunstwerken van verschillende kunstenaars. Maar het museum dat ik bezocht toen ik in Spanje op reis was, hangt vol met enkel zijn kunstwerken.

Die kunstenaar heet Picasso. “Ohhh, wat een mooie naam!” reageert Cécile. “Ja, vind ik ook”, reageren ook anderen. Miel heeft deze naam al eens gehoord van zijn mama.

Picasso is heel beroemd en ik vergewis de kleuters ervan dat alle mama’s en papa’s hem zeker kennen. Ze kregen ook de opdracht om dit ’s avonds eens na te vragen. Benieuwd welke kleuters dit gedaan hebben…

Picasso is zo bekend dat er zelfs een spreekwoord is want als iemand heel mooi kan tekenen, knutselen of schilderen, zeggen de mensen: Amaai, hij is een echte Picasso! Dus als je dit hoort, wil dat zeggen dat je een echte kunstenaar bent.

We nemen dan samen enkele portretten van Picasso waar.

Woman In a Hat - Picasso

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als ik de werken uitstal, merkt Seth al onmiddellijk op dat die portretten er zo raar uitzien. De algemene reactie is “Wawwwwie!” en veel lachende gezichten. 😀

Wat valt ons nu op bij alle schilderijen? We proberen weer allemaal mee te doen want ik vraag gewoon om te kijken…

Wie zien we op al de portretten? “Een meisje”, weet Jesse. “Of een mevrouw”, vult Manon aan.

Wat is een portret? “Kunst”,  probeert Margot. Inderdaad, maar iets meer specifieker…  “Een hoofd”, corrigeert Noa.

Wat is er speciaal aan de schilderijen van Picasso? Hij gebruikt veel kleuren. (Miel) Ze kijken niet blij. (Cécile) De kleren hebben veel kleuren. (Seth)

Kijk eens naar het gezicht… Hij doet dit in verschillende kleuren. (Manon) Een driehoek. (Oona) Inderdaad, hij gebruikt rare vormen om het hoofd te maken.

Wat is er raar aan de lichaamsdelen in het gezicht? Ze hebben een rare neus. (Miel) Inderdaad, maar wat doet hij als hij een neus tekent?  Hij trekt lijnen. (Cécile) Ja, hij verdeelt het gezicht met de neus precies in twee stukken.

We gaan eens kijken bij onszelf naar ons ogen. Hoe staan ons ogen bij ons? Dichtbij de neus. (Dylan) Mooi naast elkaar. (Oona) Inderdaad! En hoe doet Picasso dit? Ze staan verder. (Alexandre) Die staan schuin. (Seth) Ja, absoluut!

Hoe maakt hij het haar? Lang. (Zeno) Zoals een clown. (Cécile) Vormen. (Oona) Ja, goed gezien!

Dus als we ‘een Picasso’ maken, onthouden we heel goed dat hij heel veel kleuren gebruikt en werkt met vormen.

Groetjes, juf Bérénice

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s