Vakantiegesprekje

Standaard

Dag bloggertjes,

’t is vakantie geweest dus we hebben allemaal wel iets te vertellen. Luister maar!

 

Laurence C: Ik ben in de vakantie naar de Efteling geweest. In de Efteling ben ik naar de Sprookjesboom geweest.

 

Jelena: Als ik op reis geweest ben, ben ik veel gaan stappen.

 

Melvin: Ik ben in de vakantie naar ‘niets’ geweest. Ik heb wel diertjes geknutseld. Op zondag heb ik een kat gemaakt en op zaterdag een varken.

 

Aaliyah: Ik ben “naar” mijn bobonne gaan slapen.

 

Tiany: ik heb buiten gespeeld met mijn vrienden.

 

Laurence W: Mijn zus is naar de Scouts geweest en ik mocht mee. Het was Halloween bij mijn zus. En mijn zus was verkleed als een heks en papa heeft ons geschminkt.

 

Victor: Ik ben in de vakantie naar Toversluis geweest. Ik heb zo een bandje.

 

Anouk: Ik was naar een groot zwembad met heel veel glijbanen.

 

Dylany: Maar weet je… ik ben gisteren naar het bos geweest. Ik heb grote stokken genomen en altijd maar op papa zijn poep “geslaan”.

 

Elias: Ik ben in de vakantie op stap gegaan met de trein. Met twee treinen. Naar een andere trein. En toen gingen we met een groot piratenschip. En ook lasagne eten. En toen gingen we terug naar huis. En toen moest ik naar mijn bed.

 

Lore: Ik ben gisteren naar een speeltuin geweest. En er was daar een restaurantje en ik heb een pannenkoek gegeten. En op mijn pannenkoek lag er een verrassing.

 

Lowiek: Ik ben niet met mijn auto maar met de trein naar mijn oma geweest.

 

Lotte: Ik en Améline gaan hetzelfde vertellen, van dezelfde dag. Ik ga van binnen en Améline gaat van buiten vertellen. We zijn op griezeltocht geweest en binnen hebben we dan aperitiefjes gegeten.

 

Amin: Ik ben in de vakantie naar het bos geweest.

 

Améline: Ik ben met Lotte op wandeltocht geweest. En wij kopen niet meer snoepen omdat wij al veel meer snoepen gehad hebben. En we moesten aanbellen aan de deuren en we moesten dan zeggen “een snoepje of je leven”. Ik ben ook in de vakantie naar het bos geweest. Twee keer. En op een dag was er zo een auto zonder dak. En ik ben met mijn grote fiets naar het bos gefietst en ik kon dat al zelf fietsen. Ik ben zonder te vallen op mijn fiets. Mijn fiets is ZO groot. Mijn broer “hebt” ook zo’n fiets maar in een ander kleur.

 

Mauro: Ik was met mijn oma met de trein gegaan naar het bos.
Josse: Ik ben met Marthe, Janne en Lander “op” Halloweentikkertje geweest en wie getikt was die kon bevrijd worden door over iemand te springen of door iemand zijn “voeten” te gaan. En als je dan weer bevrijd was, moest je oud zijn en kon je niet meer lopen.
Dzan: Tamara had haar broek uit gedaan toen we naar de auto gingen. Boris heeft de broek aangedaan.
Marie: “Volgende week” ga ik naar de Efteling in de winter. En weet je, het is er keileuk. Je kan er op de Fata Morgana. En er mogen kindjes mee.
Groetjes, juf Bérénice

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s