Categorie archief: Klasboek

Vakantiepraatje

Standaard

Dag bloggertjes,

Benieuwd naar de vakantiebabbels van onze Regenboogklassers?

Laurence W.: Ik heb woordjes gemaakt. En vrijdag mag ik mijn oorbellen uit doen.

Melvin: Mijn tand was losgekomen als ik bij mémé en pépé komen slapen was. Ik mocht drie dagen daar komen slapen. Ik bedoel vier. En ik mocht vier keer slapen.

Aaliyah: Op de laatste dag dat het weekend was, was mijn tand uitgevallen. En mijn mama en papa hebben dan een foto getrokken.

Tiany: Ik heb bij iemand “weeste” spelen en ik heb daar poppen gekregen. Ik had al poppen en ik heb nu veel meer poppen.

Victor: Na de paasvakantie wordt de baby geboren en dan mag ik vier daagjes op bezoek komen en knuffels geven.

Anouk: Het was op zondag mijn verjaardag.

Dylany: Ik ben bij oma een ganse week geweest en ik heb in mijn opa zijn nek gezeten en ik duwde hem uit bed omdat hij niet uit bed wilde.

Elias: Ik ben op reis geweest.

Lore : Ik was naar het circus geweest en daar waren stieren. En er zat daar een meneer in het midden. En dan nog iets schattigs: paarden waren aan het rondlopen met een pluimpje op. Er was een jongetje bij.

Lowiek: Ik ben naar de Rozenbroeken geweest. Ik ben alleen in de groene glijbaan geweest. Alleen eh! En in de rappe glijbaan ook. Op de witte glijbaan ook alleen.

Lotte: Ik heb een nieuwe drinkfles.

Amalia: In de vakantie heb ik mijn deken van Dora op de vloer gelegd en ik heb een spoor gemaakt van knuffeltjes. Wel een beetje hobbelig en je moest op dat deken heel voorzichtig rond stappen. Voor de deur eigenlijk.

Amin: Ik heb een nieuw luchtkristal van ‘Skylander Trackteam’.
Améline: Het was leuk in Disneyland Parijs. Ik heb niet zo veel verklede mensen gezien. Drie maar. Maar in Disneyland was het een beetje echt mooi. Ik had Pluto gezien maar we hadden geen foto getrokken. Wij waren de verste in de kamer. We hadden alleen maar een kamer en een badkamer.
Mauro: Mijn tand staat los. Er staan al twee los.
Josse: Ik heb in de vakantie in de zandbak gespeeld.
Manon: Ik ben met mijn vriendin Marie-Lise eerst naar een restaurant geweest en daarna gingen we zo naar de kinderboerderij. En daar hoorden we muziek. En toen mocht ik chips eten. En toen kwam de hond Bo en papa had zo’n stokje met kaas en toen  had hij dat zo gedaan en Bo had dat opgegeten.
Lucas: Toen als ik in het weekend naar de tandarts ging en toen als ik thuis was, zat er een tand los van mij.
Dzan: Ik woon op een kinderboerderij. En ik heb lammetjes. En twee zijn er dood. En één lammetje kan niet rechtstaan. En er was ook een mooie. En ik heb een hele grote gezien. En die had ook een grote “bek” en ik denk dat dat de mama is en ik denk die gaat ook lammetjes krijgen.
Marie: Maar weet je… in de Ardennen ben ik naar het zwembad geweest en gewandeld. En ik heb al in het diepe gestaan. Alleen maar in de Ardennen want daar kan ik staan.
Groetjes, juf Bérénice
Advertenties

Vakantiebabbel

Standaard

Dag bloggertjes,

De kerstvakantie zit er op, tijd voor een praatje:

Améline: Ik heb eigenlijk een duur cadeau gekregen van mijn mama en papa. En ik ga daar blijven slapen en Mickey Mouse gaat daar rondlopen. En we gaan op alle molens.
En bij ons heb ik loombandjes gemaakt. Ik heb er twee gemaakt, één voor Lotte en één voor mij.

Aaliyah: Ik heb mij pijn gedaan als ik een spelletje was aan het spelen op de iPad. Het was tegen het vuur gebotst op tafel.

Melvin: Ik ben met mijn mama, papa en kleine broer naar Plopsaland geweest. Maar het was wel bijna allemaal niet open. Omdat het winter is en dan kan het niet allemaal open zijn.

Tiany: Ik ben naar Rozenbroeken geweest. Ik heb me pijn gedaan want ik was naar de verkeerde kant.

Laurence: Mijn tand is uitgevallen. Ik krijg van mijn papa een zakje voor mijn tablet want als ik geen zakje heb dan valt hij heel de tijd. Als mijn verjaardag gedaan is, krijg ik een cadeautje van mijn oma: da’s “putjes” voor oorbellen in mijn oor.

Victor: Ik ben in de vakantie gaan zwemmen. Er was een “dikke” glijbaan waar er allemaal water uit gaatjes komt. Ik heb ook met mijn papa twee rondjes gedaan. Ik heb ook gelijk een piraat “geduikt” en gelijk een politiewagen.

Anouk: Ik ben ook gaan zwemmen in de zwemclub en ik ben van de springplank gesprongen. En van de blok en helemaal in het diepe. Mijn mama moest nog gaan werken heel de vakantie en mijn papa was thuis in de vakantie.
Dylany: Mijn tand is uit. Ik heb van mijn mémé een cadeautje gehad. Je kan zo vormpjes tekenen en je moet dat allemaal inkleuren. Zo van paarden.
Elias: Ik ben op reis geweest. Ik weet niet naar waar. Ik ben van de glijbaan gevallen want Wout liet mij niet door. Het is in Brugge gebeurd.
Lore: Ik was naar de winkel en ik heb zo’n grappig mannetje gekocht. Je moet zo aan dat dingetje draaien en dan kan die vanzelf stappen. Het is kapot gegaan want als ik het op de grond doe, stopt hij direct.
Jelena: Hier staat mijn tand los en hier ook. Ik heb nieuwe schoenen gekocht. En bij oma had ik chips en taart gegeten.
Lowiek: Ik heb mijn vinger pijn gedaan. Ik had een snee gehad.
Lotte: Mijn oma is in een hotelletje gaan wonen. Mijn pépé woont nu in dat huisje alleen. Ik heb van Playmobil een ballenbadje gekregen. En ook een kindercrèche en een speeltuin. En nu ben ik aan het sparen voor het grote huis want ik heb al drie dingen die daarbij passen. En ik heb ook een cadeautje voor mijn nichtje, ook zo’n trui.
Amalia: Ik ben naar een restaurant geweest en ik heb een cadeautje gekregen en dat was van tante Sabine. Een sjaal, een rokje en een t-shirt.
Mauro: Ik heb een puzzel van 100 stukken en die kan ik al gans alleen maken.
Laurence: Ik heb van mijn mama een puzzel van Frozen 2 gekregen. Ik heb ook twee tanden uit. Ik heb ook zo’n prikmat van Frozen gekregen.
Josse: Maar mijn zus heeft ook een prikmat van Frozen. En ik heb dan een poster van Mickey Mouse gekregen. ’t Is een grote.
Manon: Ik heb een cadeautje gekregen: een zeemeerminnenpop.
Lucas: Ik heb vier dingen gedaan in de vakantie. Ik heb bij Debby en Jone kerst gevierd. En daar heb ik drie dingen gegeten. Ik heb eerst een tasje soep met frikadellen en tomaten gegeten. En dan nog eens een tasje soep. En dan kroketjes met appelmoes een een frikadel. Ik heb in de vakantie bij iemand op bezoek geweest en het was daar nieuwjaar bij mijn papa. En dan heb ik kindersurprise-eitjes gekregen en loombandjes. Nu heb ik bij mama loomrekkertjes en bij mijn papa. Ik heb ook van mijn mama geld gekregen om zelf iets te kiezen in de winkel. En ik krijg nog een cadeautje van mijn mémé en dan heb ik ook nog een ding gekregen met een lichtje in en je moet daar zo’n blaadje onder leggen en dan schijnt dat op dat blaadje en dan moet je op die lijntjes tekenen. Ik heb ook een dino-auto gekregen bij mijn tante. En dan heb ik die bij mijn tante opengescheurd en ik had gezegd dat ik niet met die kleine dingetjes ging spelen want anders ga ik dat kwijt zijn.
Dzan: Maar ik heb een racebaan gekregen met afstandsbediening en twee auto’s. Ik moet nog iets vertellen: Ik heb in de nacht “Weghobbels” gekeken. Als er een noodgeval is dan komen zij.
Marie: Vroeger had mijn zus uit de Efteling inkt toen we naar huis gingen. Het was niet zomaar inkt. Het was onzichtbare inkt. Da’s echt! Je kon dat niet zien als je schreef. Je had daar zo’n flesje met die inkt en een veer en je moet dat er zo insteken en dan schrijven op een papier. Je hebt daar zo’n dingetje en dan kan je het zien. Ik heb in de vakantie naar mijn papa geweest en toen hoorde ik een mug. En hij sloeg met een kussen op zijn kop en toen was hij weg. Ik denk dat hij nog een beetje duizelig zal zijn.
Groetjes, juf Bérénice

Vakantiegesprekje

Standaard

Dag bloggertjes,

’t is vakantie geweest dus we hebben allemaal wel iets te vertellen. Luister maar!

 

Laurence C: Ik ben in de vakantie naar de Efteling geweest. In de Efteling ben ik naar de Sprookjesboom geweest.

 

Jelena: Als ik op reis geweest ben, ben ik veel gaan stappen.

 

Melvin: Ik ben in de vakantie naar ‘niets’ geweest. Ik heb wel diertjes geknutseld. Op zondag heb ik een kat gemaakt en op zaterdag een varken.

 

Aaliyah: Ik ben “naar” mijn bobonne gaan slapen.

 

Tiany: ik heb buiten gespeeld met mijn vrienden.

 

Laurence W: Mijn zus is naar de Scouts geweest en ik mocht mee. Het was Halloween bij mijn zus. En mijn zus was verkleed als een heks en papa heeft ons geschminkt.

 

Victor: Ik ben in de vakantie naar Toversluis geweest. Ik heb zo een bandje.

 

Anouk: Ik was naar een groot zwembad met heel veel glijbanen.

 

Dylany: Maar weet je… ik ben gisteren naar het bos geweest. Ik heb grote stokken genomen en altijd maar op papa zijn poep “geslaan”.

 

Elias: Ik ben in de vakantie op stap gegaan met de trein. Met twee treinen. Naar een andere trein. En toen gingen we met een groot piratenschip. En ook lasagne eten. En toen gingen we terug naar huis. En toen moest ik naar mijn bed.

 

Lore: Ik ben gisteren naar een speeltuin geweest. En er was daar een restaurantje en ik heb een pannenkoek gegeten. En op mijn pannenkoek lag er een verrassing.

 

Lowiek: Ik ben niet met mijn auto maar met de trein naar mijn oma geweest.

 

Lotte: Ik en Améline gaan hetzelfde vertellen, van dezelfde dag. Ik ga van binnen en Améline gaat van buiten vertellen. We zijn op griezeltocht geweest en binnen hebben we dan aperitiefjes gegeten.

 

Amin: Ik ben in de vakantie naar het bos geweest.

 

Améline: Ik ben met Lotte op wandeltocht geweest. En wij kopen niet meer snoepen omdat wij al veel meer snoepen gehad hebben. En we moesten aanbellen aan de deuren en we moesten dan zeggen “een snoepje of je leven”. Ik ben ook in de vakantie naar het bos geweest. Twee keer. En op een dag was er zo een auto zonder dak. En ik ben met mijn grote fiets naar het bos gefietst en ik kon dat al zelf fietsen. Ik ben zonder te vallen op mijn fiets. Mijn fiets is ZO groot. Mijn broer “hebt” ook zo’n fiets maar in een ander kleur.

 

Mauro: Ik was met mijn oma met de trein gegaan naar het bos.
Josse: Ik ben met Marthe, Janne en Lander “op” Halloweentikkertje geweest en wie getikt was die kon bevrijd worden door over iemand te springen of door iemand zijn “voeten” te gaan. En als je dan weer bevrijd was, moest je oud zijn en kon je niet meer lopen.
Dzan: Tamara had haar broek uit gedaan toen we naar de auto gingen. Boris heeft de broek aangedaan.
Marie: “Volgende week” ga ik naar de Efteling in de winter. En weet je, het is er keileuk. Je kan er op de Fata Morgana. En er mogen kindjes mee.
Groetjes, juf Bérénice

Klasboek

Standaard

Hallo bloggertjes,

een fragment uit het klasboek was eventjes geleden dus bij deze:

Fleur: Mijn buren hebben een hondje en dat is een puppy’tje.

Victor: Mijn papa gaat het tuinhuis schilderen vandaag.

Merel: Ik was eens in het weekend naar het lentefeest van mijn nichtje geweest. Daar mocht ik twee ijsjes eten. Er waren daar ook drie katten.

Brend: Bij mij heeft mijn papa een bed in mijn boomhut gemaakt. En ik wou dat testen en mijn papa zei “kom er eens uit voor het uit elkaar valt” en ik bleef er op mijn gemakske liggen en op 1, 2, 3 was het uit elkaar gevallen.

Jasper: Mijn omie en bompie hun auto moest lang in de garage en nu is die al terug. Weet je wat er aan de hand was? Als je de motor aandoet, wil hij niet rijden.

Arno: De tandenfee is gekomen. En maandag komt ons tuinhuis.

Lennert: Ik had een lekstok mee voor elk kind die in mijn ploeg zat.

Yaro: In het weekend dan waren met met de ksj naar het strand geweest. En we gingen ook nog naar het strand waar mijn oma haar hotelhuisje was.

Martha: We zijn met de ksa naar de zee gegaan. Eigenlijk is de ksa en de ksj hetzelfde. Er was een leidster een broodje aan het eten en een meeuw vloog ermee weg. Deze avond komt Yaro bij mij slapen.

Issa: Zaterdag toen dat het schoolfeest was, was mijn klein broertje op die grote piratenboot en Yosa zei dat die boot bijna om was maar dat was niet waar. En maandag is het mijn verjaardag.

Cedric: Mijn papa zijn poes was dood. En ik denk dat mijn papa bijna een nieuwe gaat kunnen kopen.

Roman: Deze nacht dan moest ik dromen en dan droomde ik dat Brend zoiets zei dat ik weer niet leuk vond en dan deed ik ‘zo’ en dan had ik bijna op hem geschopt. En dan wou ik het voortonen aan Yosa en dan stond ik bijna op mijn handen.

Helena: Zaterdag gaan we verhuizen en dan krijg ik bij mijn papa een kittentje en bij mijn mama konijntjes.

Anna: Ik krijg bijna een speelhuisje in de tuin. En nog twee keer slapen en het is Sander zijn feest.

Jefferson: Het was iemand zijn verjaardag. Mémé Cindy, dat is  mijn mémé.

Lando: Ik heb in de tuin gespeeld.

Samantha: Zondag heb ik zo’n leuk hondje gezien. Ze likt altijd.

Yosa: Gisteren was het mijn papa zijn verjaardag. Hij was 31 geworden.

Ewout: Ik ga donderdag buiten spelen.

Jens: Als ik niet naar school moest, had ik tot half negen opgebleven. En iemand kwam spelen. En dan hadden we een nieuwe glijbaan.

Groetjes, juf Bérénice

 

 

 

 

Klasboek

Standaard

Halo bloggertjes,

hier zijn we weer van weggeweest! 😉 Na een lange periode van afwezigheid was het leuk om eens bij te praten. Het is paasvakantie geweest dus de kleuters hadden veel te vertellen.

Victor: Jefferson ‘heeft’ bij mij komen spelen en dan heb ik ook bij Jasper mogen slapen. En ik heb ook nog een nieuwe trui en twee nieuwe T-shirts.

Helena: Ik was naar mijn oma en ik heb superveel paaseieren gevonden en zus had zo een ganse zak en had al heel veel opgegeten. En ik had nog altijd een grote zak. Het waren “zo” grote paaseieren. En ik was nog naar mijn andere oma naar de zee. En de paashaas was er niet meer. We waren juist te laat. En toen kregen we een ijsje. Ik was met mijn meter naar Plopsaland geweest. Ik zat in die bootjes. En ik ben dan nog naar de zee geweest. En aan de zee mochten we met ons blote voeten in die plassen. En we hadden garnalenvissers gezien en we mochten van een jongetje een keer een garnaal vast houden. En ik dacht dat die dood was en opeens sprong die uit mijn hand. Dat was vies.

Lino: Ik was naar de zee geweest. Ik was met de gocart aan het rijden. En ik was een beetje met mijn voeten in het water. En dan was ik een ijsje aan het eten. Ik was met de bal in het zand en ik was aan het voetballen en dan ging ik naar huis.

Yosa: Vic kwam spelen. Da’s een vriend. We hebben gans de middag met elkaar gevoetbald. En we hebben ook tikkertje-bal gespeeld.

Merel: Ik ben bij de ene dag bij mijn oma blijven slapen. En dan ben ik eens naar de speeltuin geweest. En toen ik terugkwam bij mijn oma haar thuis toen lagen er daar paaseitjes verstopt. En ik en mijn broer ‘moogde’ zoeken. En dan ben ik ook nog eens bij mijn thuis geweest en daar lagen er ook paaseitjes. En dan ben ik ook nog eens naar een ander land geweest voor nog eens paaseitjes te gaan zoeken. En daar ben ik blijven slapen.

Brend: Ik ben naar de voetbal geweest. En we hebben twee matchen gewonnen. En we hebben de beker zelf ook nog gewonnen. Ik ben in de vakantie ook naar het Boudewijnpark geweest en ik was op de foto met de dolfijn en een zeehond. En die heeft een boertje gelaten bij de piraat op de show.

Ewout: Ik ben naar Turkije geweest. Er waren zelfs drie zwembaden met glijbanen.

Rafael: Ik was gaan voetballen en Issa en Lino waren er ook. Ik was gewonnen met de voetbal.

Fleur: Ik ben naar Parijs geweest. En daar ‘hebt’ mijn papa een wedstrijd gedaan.

Jens: Op reis als wij terugkeerden hadden we met het vliegtuig door de nacht gevlogen. En als we toekwamen was het 1u. Maar ik was bij Lando gaan slapen zelfs. En dan een beetje spelen. Bij mij was de paashaas ook geweest.

Samantha: Ik ga zaterdag naar Polen rijden.

Jasper: Victor was eerst bij mij gekomen en ‘vanavond’ toen Victor en ik in het stapelbed lagen was Agnus en Willem gekomen. Agnus komt van Afrika. En hij is van Afrika helemaal naar Nederland gereden en Willem die woont in Nederland. En ze ‘kwamden’ eigenlijk twee nachtjes of drie nachtjes slapen omdat Willem de tweede nacht moest overgeven. En Agnus had een speciaal medicijn gemaakt. Ik had de meeste van de grote paaseieren gevonden. En Elias van de middelste en Ambroos de meeste van de kleine gevonden. En de paashaas was supersnel. Mama was aan het stofzuigen en ik was me met mijn broers aan het aankleden en toen ik beneden kwam ‘keekte’ ik buiten en oeps al die paaseieren lagen daar.

Lando: Ik ben naar de kermis geweest waar wij wonen.

Febe: Het was kleine pépé zijn verjaardag en heel de familie was daar. Laure en Sylvester, we hebben dan op de speeltuin gespeeld. En ‘achter’ pépé zijn verjaardag zijn we nog op een traag treintje geweest.

Jefferson: Ik was gaan zwemmen met iemand.

Anna: Ik was op vakantie geweest met oma naar Center Parcs. En ik heb elke dag gezwommen. Dan moest ik ’s morgens terug naar huis. Op donderdag. En als mijn broer vertrok, moest ik bij bomma blijven. En dat was vier keer slapen en dan was Niels terug. Ik ben ook nog naar de ksj geweest. En Lando was daar ook.

Cedric: Ik ben in Ursel naar een kermis geweest. Mijn papa heeft een boek en daar staan foto’s in. Mijn papa heeft al eens een slang rond hem gehad.

Issa: Ik was niet naar de kermis geweest. Maar ik was ook naar de voetbal geweest. Ik heb al drie medailles. En dan was ik ook naar de zee geweest. En ik had een ijsje gegeten. En de paashaas was bij mij gekomen. En dan was ik nog een keer naar de voetbal van iemand die jullie niet kennen. En dan was ik met een vriend die niet Nederlands kan praten, alleen Frans, en mijn stiefbroer die zeiden dat we daar moesten zijn maar ik weet niet waarom. En we hebben drie matchen gewonnen.

Martha: Ik was naar Boechout geweest. Daar was de paashaas. We waren ‘effekes’ naar de voetbal gaan kijken. Daar was een groot voetbalplein. En toen we terugkwamen had de paashaas eieren gelegd. En dan was ik een groot paasei aan het eten en dan moest ik overgeven. En ik was ook gaan zwemmen. En we mochten van een kei-grote glijbaan met stroming.

Yaro: Eerst waren we in de paasvakantie nog een paar dagen thuis en dan gingen we naar het hotelletje van mijn oma gaan logeren. En dan waren we terug. En dan hadden we allemaal paaseieren gezien. Ik had een paashaas gezien in een vorm. En bij mijn oma heb ik de meeste grote paaseieren gevonden.

Lennert: Maar de paashaas is al bijna bij gans mijn familie geweest. En ik heb al veel paaseitjes gevonden. En ik ben ook nog gaan voetballen. En ik was ene keer gewonnen. En er waren maar twee matchen elke dag maar er waren wel vier matchen. En dan was ik in het begin heel de tijd aan het winnen behalve bij de laatste match. En dan kon ik maar ene keer ‘gewonnen’. En bij de laatste was ik gewonnen. Ik ben ook nog naar de kermis geweest.

Arno: Ik heb naar Plopsaland geweest. En daar hebben we een ijsje gegeten. En dan hebben we ook nog dat nieuw ding geweest in het kabouterbos. En Lando was meegekomen maar we hebben ons niet veel gezien. Ik ben ook nog naar “Beestjes en Baasjes” geweest. En daar hebben we ons eigen kat gezien maar mooier. En ik heb me geschminkt in een piraat want ze kende geen Verschrikkelijke Ikke.

Voilà, een “dik” klasboek vandaag!

Groetjes, juf Bérénice

 

 

 

Klasboek

Standaard

Hallo bloggertjes,

een fragment uit het klasboek van deze week:

Yaro: Yuki heeft al heel veel spelletjes op zijn iPad en ook mijn lievelingsspel.

Jefferson: Ik heb een nieuwe trui.

Helena: Ik ben met mijn mama naar de winkel geweest in Knokke en daar heb ik zo een kleedje gekocht en dat vestje zat er bij. En ook nog een t-shirtje en een rokje. En dat mag ik aandoen als het mijn verjaardag is. En binnen vijf maanden mag ik een nieuwe boekentas hebben.

Lennert: Ik heb al veel vogels ontdekt.

Febe: Ik heb nieuwe laarzen. Ik kan dat zo plooien.

Martha: Gisteren mocht ik op de tablet en dan mocht ik zo op diertjes duwen die gingen slapen.

Samantha: Mijn verjaardag is al bijna gekomen.

Roman: Tiemen kwam naar mij en dan zijn we zo naar het speelplein gegaan van de Vlinder en we hebben daar dan zo gespeeld. Ik heb Yaro zijn broer gezien toen hij van de zwemles terugkwam, daar zo op het voetpad.

Brend: Ik heb een nieuwe broek gekocht en vanachter staat er zo’n oog. Mijn broek zakt wel een beetje af.

Merel: Ik was naar de speeltuin van de Vlinder geweest en daar had ik ook een beetje geoefend voor te voetballen.

Arno: We hebben een kat die vogels
jaagt.

Yosa: Op deze dag mag ik twee keer bij mémé en pépé gaan slapen.

Fleur: Mijn mama wist niet dat ze al een dotje kan maken.

Groetjes, juf Bérénice

Klasboek

Standaard

Hallo bloggertjes,

na twee weekjes vakantie heeft iedereen zeker iets te vertellen. Dus deze week een echt vakantie-klasboek.

Jefferson: Ik was met mijn mama gaan wandelen en ik was op café geweest.

Merel: Ik was bij mijn oma voor de eerste keer gegaan. Als we onderweg waren was mijn papa zijn spiegel kapot gegaan.

Jens: Ik was naar ‘Verschrikkelijke Ikke 2′ aan het kijken. Die “peetjes steelden” zo dat ding dat kromp. Ze gingen zo naar de maan en toen gingen ze gans de maan “krompen”.

Anna: Ik heb in de vakantie koekjes gebakken en ik heb er een paar  mee. Het zijn speculaaskoekjes.

Jasper: Ik was met mijn omie en bompie naar het speelgoedmuseum gegaan. Daar heb ik pannenkoeken gegeten en warme chocolademelk gedronken. Daar heb ik ook gespeeld en ik zag ook heel veel dingen die van vroeger waren. Ik zag aan de deur een beer. Die was wel tot aan het plafond.

Yaro: In de vakantie ben ik bij Lando komen slapen. En ik heb nog een nieuwe tv. Ik kan daar 3D op kijken en spelletjes op spelen.

Helena: Ik heb met mijn mama een kamp gebouwd. En ik mocht daar dan in slapen met de knuffel van mijn papa. Dan zijn we opgestaan en hebben een toertje gemaakt met de knuffeltjes. Die naampjes rijmen: Appie en Flappie.

Roman: Ik ben naar Rozenbroeke geweest. En dan was Tiemen mee.

Febe: Ik ben met mijn familie naar het bos geweest. En Dizzy was helemaal vuil met modder.

Lando: Ik ben naar Plopsaland geweest.

Martha: Bij mij waren vriendjes en vriendinnetjes bij mij komen spelen. Miel en Maya die waren komen spelen. En dan hadden we Driekoningentaart gegeten. En Maya had de kroon. En ze had ook nog een klein beeldje maar het hoofd was gebroken van de koning die zat is. Ze mocht dat beeldje hebben.

Issa: Ik was met mijn stiefbroer naar de winkel vlakbij Jefferson zijn huis. Ik had daar Smurfen 2 gekocht. En ik was ook nog naar mijn oma geweest.

Samantha: Ik ben woensdag of donderdag bij mijn mémé geweest.

Lennert: Ik heb heel veel buiten gespeeld. Twee keer. En mijn mama heeft nog eitjes gebakken waar je dat op de kermis kan eten en ik heb er twee gegeten.

Brend: Ik heb met mijn mama en met Mats en Ine iets leuks gedaan. Ik heb met mama, Mats en Ine een spelletje gespeeld. Van kabouter Plop.

Arno: Ik heb naar de kermis geweest. We waren daar te vroeg. Er was wel één ding open. Het was dat kraam om iets te vangen. En daar waren andere dingen. Verschrikkelijke Ikke. En ik wou hem. Papa had er ene gevangen, die met één oog. Dan ben ik nog in de rups geweest. Dan gingen we nog iets eten: ik een lolly-ijs. Er zit daar zo’n speelgoedje in.

Victor: Ik heb nieuw speelgoed en een nieuwe knuffel. Ik heb dat van mijn mama gekregen.

Yosa: Ik heb gisteren bij mijn mémé gegaan. Ik heb een dammenspel gekregen en papa een voetbalboekje van de Rode Duivels. Vandaag ga ik ook nog de cadeautjes uitdelen.

Ewout: Ik heb buiten gespeeld. Met een vriendje.

Rafael: Ik was nog bij mijn thuis en ik heb vuurwerk gezien.

Fleur: Ik heb in de sneeuw geweest bij Frankrijk. En ook nog met twee vriendinnetjes. En ik ging gaan langlaufen. En als het nieuwjaar was dan gingen we in het donker in het kamp met sneeuw wat Eleny en Wout hebben gemaakt. En dan gingen we nog naar binnen ons versje opzeggen.

Cedric: Ik ben ook naar de kermis geweest. Ook op de rups.

Lino: ik was naar het frietkot met mijn stiefbroer. Dan gingen we daar frieten eten. En dan gingen we ook naar de kermis. Er was daar een lange glijbaan.

Ziezo! De eerste vertelsels van het nieuwe jaar!

Groetjes, juf Bérénice