Categorie archief: Leergesprek

Complimentjes geven

Standaard

Dag bloggertjes,

deze week werken we enkele dagen volop rond ‘complimentjes geven’.

Het prentenboek ‘Berre vindt een papiertje’ is de inleiding van ons thema.

De kleuters denken dat Berre een liefdesbrief krijgt van Fleur. Waarom?

Omdat het thema ‘liefde’ is. (Josse)

Omdat eendje hem graag ziet. (Lucas)

Omdat het een leuke brief was. (Laurence C.)

Omdat er op het einde “liefs Fleur” stond. (Marie)

Omdat ze iets zei dat ze hem leuk vond. (Laurence W.)

Ik denk dat ze verliefd zijn. (Amin)

Omdat er ook opstond “voor je verzameling”. (Lore)

Ik verduidelijk dat Berre en Fleur niet verliefd zijn. Maar toch is het een lief briefje. Waarom?

Omdat ze elkaar graag zien. (Lucas) Ze zijn vriendjes. (Lucas)

Ik zeg tegen Aaliyah en Anouk iets liefs. Wat doe ik nu?

Een compliment geven. (Laurence C.)

Wat is een compliment?

Een lief antwoord. (Améline)

Dat je iets liefs zegt. (Lotte)

Welke complimentjes kan je geven?

Je hebt een mooi kleedje aan. (Laurence W., Lore)

Je hebt een mooie medaille gemaakt. (Lowiek)

Je hebt een mooi huis. (Amin)

Ik vind jou mooi. (Lucas, Josse)

Je bent lief. (Manon, Dylany)

Je hebt mooi haar. (Marie)

Je hebt een schattig kindje. (Laurence W.)

Je kan goed een puzzel maken. (Laurence C.)

Je hebt mooi gespeeld. (Laurence W.)

Je kan mooie kunstwerken maken. (Lotte)

Je hebt flink gewerkt. (Dylany)

Je kan mooi schilderen. (Tiany)

Jij kan goed sporten. (Manon)

Jij kan mooi stappen in de rij. (Dzan)

 

In het leeshoekje stempelen we zelf enkele belangrijke complimentjes. Deze gebruiken we dan de komende dagen om zelf een klasgenootje een compliment te geven.

enkele complimentjes

Aan de creatief versieren we een envelop zodat we tegen donderdag een kleurrijke complimentjesenveloppe hebben.

complimentjesenveloppes

Benieuwd met welke complimentjes de enveloppen gevuld raken! 😉

Groetjes, juf Bérénice

 

 

Mindmap maken

Standaard

Dag bloggertjes,

vandaag start ons nieuw thema “Kleding en schoenen”. We brainstormen samen over het thema. Waar denken we aan bij kleding? Waar denken we aan bij schoenen? Stap voor stap bouwen we een ‘mindmap’ op. Eigenlijk is een mindmap een grote plaat die alles weergeeft waar de kleuters aan denken. Via kleuren groeperen we alles een beetje.

‘Mindmappen’ is een ideale taalactiviteit want ook minder taalvaardige kleuters werken graag actief mee daar alles wat bij het thema aansluit juist is en opgenomen kan worden.

mindmap

Voilà, zo ziet onze eerste mindmap er uit!

Groetjes, juf Bérénice

Drijven en zinken

Standaard

Hallo bloggertjes,

wat is drijven? Lennert verwoordt het correct: “Op het water blijven”.

Wat is zinken? Ook Jasper kan het prima uitleggen: “Dat het tot de bodem gaat.”

We nemen de proef op de som en gaan drijven en zinken uittesten met enkele spulletjes.

Lino

 

 

 

 

 

 

 

 

We doen dit eerst klassikaal. Lino bijt de spits af.

Maar gedurende ons thema mogen de kleuters dit in een hoekje zelf uitproberen. In hun waterbundeltje vinden de kleuters een werkblaadje m.b.t. drijven en zinken.

Groetjes, juf Bérénice

Leergesprek: Houden van…

Standaard

Hallo bloggertjes,

wat is ons nieuw thema?

Ik hou van je (Anna) liefde (Yosa) elkaar graag zien (Fleur) lief zijn tegen elkaar (Yaro) Valentijn (Helena) ik hou van iedereen (Jens) ik ben koppel (Martha)

Deze trefwoorden passen inderdaad allemaal bij ons thema ‘houden van…’.

Wat wil dat zeggen ‘houden van…’?  love (Helena) verliefd zijn op elkaar (Martha) dat je iemand leuk vindt (Samantha)

Samantha gaf daarnet het voorbeeld “ik ben verliefd op sneeuw” maar kan ze verliefd zijn op sneeuw? “Neen”, klinkt het overtuigd. Maar dus wat bedoelt Samantha dan?   Dat ze sneeuw leuk vindt. (Merel) Dat ze van de sneeuw houdt. (Anna) Ja want houden van wil zeggen iets/iemand heel leuk vinden of iemand/iets heel graag zien.

Dus we weten nu dat ‘houden van’ wil zeggen elkaar graag zien maar wie kunnen we allemaal graag zien? uw papa (Cedric) uw mama (Ewout) jouw oma (Febe) uw ganse familie (Yosa) jouw broer of jouw zus (Merel) een babytje (Martha) je hond of je poesje (Helena) uw opa (Jefferson) uw neef en uw nicht (Yaro) uw vriendje (Samantha) de kindjes van de klas (Jens) uw pépé (Lino) je buren (Jens)

Je kan ook op een andere manier van iemand houden. Hoe? Verliefd zijn (Yosa)

Kan je op je mama verliefd zijn? “Neen”, klinkt het weer kordaat. Op je papa? “Neen!” Op je broer? “Neen!” Op je zus? “Neen!” Waarom niet? Omdat die al iemand  hebben. (Febe) Omdat ze alleen maar van je houden. (Lennert) Ja, maar waarom kan “mijne Milan” bijv. niet verliefd zijn op mij? Omdat jullie dan uit alle twee  uit dezelfde buik geboren zijn. (Fleur) Omdat hij nog een kindje is. (Lino) Hij is nochtans al verliefd geweest op een ander meisje maar waarom niet op mij? Omdat jij groter bent en hij kleiner. (Jens)  Dat kan niet omdat je al getrouwd bent. (Anna) Neen, ik ben niet getrouwd en toch kan hij niet op mij verliefd zijn… Omdat het jouw familie is. (Yaro) Ja, inderdaad! Je mag inderdaad niet verliefd worden of trouwen met je familie. Wel op iemand die niet je familie is dus vriendjes of vriendinnetjes. Maar je kan wel houden van iemand van je familie maar niet trouwen of verliefd zijn.

Zijn alle mama’s en papa’s getrouwd? Ewout en Jens weten het niet. Bij Yaro, Helena, Lando, Martha, Merel, Victor en Fleur zijn ze getrouwd en bij Anna, Jasper, Jefferson, Samantha, Issa, Roman, Arno, Lino, Yosa, Febe, Lennert en Cedric niet.

Sommige mama’s en papa’s zijn niet getrouwd omdat ze gescheiden zijn maar sommige mama’s en papa’s die wonen wel samen maar zijn niet getrouwd. Moeten we trouwen? “Neen!” klinkt het. Je mag dat inderdaad kiezen.

Dan komen er enkele romantische verhalen naar boven 🙂

Yaro zijn mama was 16 toen ze verliefd was op zijn papa.

Als Jasper 7 jaar is, gaan zijn mama en papa trouwen.

Maar soms kan het ook zijn dat je niet meer verliefd bent op elkaar, dat je niet meer houdt van elkaar en wat gebeurt er dan? Dan komt er ruzie van. (Yosa) Maar wat gebeurt er dan bij superveel ruzie? Want alle mama’s en papa’s maken wel eens ruzie. Ja, wij maken ook wel eens ruzie hé met ons vriendjes. Maar wil dat zeggen omdat we eens ruzie maken dat we elkaar niet meer graag zien, dat we geen vriendjes meer willen zijn? “Toch wel!” Ja inderdaad eens ruzie mag maar als er heel, heel, heel veel ruzie is, dan wil je niet meer bij elkaar zijn. En wat gebeurt er dan? Ze gaan in een ander huisje slapen dan. (Lino) Dan moet je afscheid nemen. (Jens) Verhuizen (Ewout) Gescheiden (Arno) Inderdaad, dan zijn mama en papa gescheiden. Ze wonen niet meer bij elkaar.

Dan willen sommige kleuters de ruzie-verhalen even kwijt maar die ga ik wijselijk niet delen :-/

Ik leid het gesprek terug naar ‘houden van’…

Hoe tonen we dat we van iemand houden?  Je zegt dan “ik ben verliefd op jou” (Martha) In gebarentaal “ik hou van jou” tonen (Yosa toont het voor) Zeggen “ik hou van jou” (Merel) Dat hij voor haar zijn werk doet (Jens) Een hartje maken (Yaro maakt het met zijn handen) Een knuffel geven (Helena) Een mooie tekening maken (Lennert) Een ring geven aan elkaar (Martha) Kussen (Samantha) Naar elkaar lopen en een knuffel geven (Arno)

Nu hebben we gepraat over houden van iemand maar je kan ook van iets houden. Donderdag mag je een doos meebrengen met dingen of foto’s van mensen waarvan je houdt.

Ik ben benieuwd…

Groetjes, juf Bérénice

Vogels spotten

Standaard

Hallo bloggertjes,

dit weekend kregen de kleuters een blad mee naar huis waarop ze mochten aanduiden hoeveel en welke vogels ze gezien hebben in de tuin. Vanmorgen mochten ze hun “huistaak” toelichten.

vogels beloeren

 

 

 

 

 

 

 

Issa: Ik één mus en een paar merels. Issa en Lino hebben niet zoveel vogels gezien. Ze weten zelf niet goed waarom maar mama heeft het even toegelicht: ze hebben twee grote honden rondlopen in de tuin en daar zijn onze geveerde vrienden niet zo verzot op! 😉

Ewout: Ik heb met mama buiten vogels gezien. Hij heeft elke soort gezien. Waw!

Jens: Ik heb eigenlijk geen kauw gezien maar wel kraaien. Roodborstjes kunnen er niet zoveel zijn. Want het was altijd dezelfde maar op een andere dag. Die houden niet zoveel van elkaar. In de vogelhuisjes heb ik bolletjes gehangen. Kijk hoeveel duiven ook.

Anna: Alleen maar duiven want ik heb een poes.

Jasper: Dat zijn de vogels die ik gisteren heb gezien (hij toont een prent van een kraai en een ekster). Ik heb met de verrekijker gekeken maar zag die andere niet wel veel kraaien en ekster. En één duif.

Yaro: Ik kan goed vertellen hoor. Weet je waarom ik heel veel duiven heb gezien? Omdat ik twee duiven van een vriend van mij, Lucas, heb gekregen. Ik had eerst drie maar één is doodgegaan. Maar er staan hier veel kruisjes maar het waren eigenlijk dezelfde. Ook nog merels.

Jefferson: Twee duiven in de boom.

Helena: Ik heb veel duiven gezien in het bosje bij ons huis en merels in onze tuin.  “Kijk een uil”, zei mama, “misschien kan je die ook opschrijven”, maar het was een nepuil op een buis.

Lennert: Ik ging in mijn tuin spelen en ik heb dat (blad) meegenomen om vogels te zoeken en ik heb geen merels en mussen gezien.

Febe: Ik heb maar twee kruisjes bij de laatste. (kauw)

Lando: Drie. Hij duidt aan: een merel, een meesje en een roodborstje.

Martha: Ik heb een roodborstje gezien maar het was altijd maar hetzelfde. Mijn broer heeft die altijd maar opgeschreven. Ik heb dit nagekeken met mijn broer. Maar zonder verrekijker.

Samantha: Ik heb kauwen gezien gelukkig op iemand anders zijn dak. En twee merels en drie duiven.

Roman: Ik heb twee duiven en eentje van dit (een koolmeesje). En mama zei: “Kijk, daar bij de modder!”

Brend: Weet je waarom ik zoveel duiven heb? Omdat al de duiven zo een keer in mijn straat een race-je doen. Weet je waarom ik twee kauwen heb? Omdat ik dat zelf heb. 😉 En die merels zitten gewoon op mijn dak een nestje te maken.

Merel: Van al de vogels die ik heb gezien dat was altijd maar twee maar ik heb meer merels gezien dan twee  en ook meer duiven maar ik heb die daar niet kunnen opschrijven want ik vond dat blad nergens.

Arno: Ik heb er geen gevonden want er was een muur voor mijn tuin en ook een kat. En met een kat komen ze niet.

Lino: Ik had drie duiven gezien en één musje.

Victor: Ik heb veel duiven gezien. En die. (hij toont de merel)

Yosa: Er waren meer dan 80 kauwen en heb dat (tabel) vol gedaan. Ik heb dat met mijn mama gedaan… ah neen, met mijn papa.

Rafael: Ik heb twee merels gezien.

Fleur: Ik heb één merel gezien.

Cedric: Ik heb vier merels gezien. En vier duiven. En die andere weet ik niet meer. (musjes)

Voilà, veel vogels gespot dit weekend!

Heb enkele positieve reacties gehoord van de mama’s en papa’s. En de kleuters hebben enthousiast verteld dus een geslaagde activiteit! Joepie!

Groetjes, juf Bérénice

Leergesprek: Dieren in de winter

Standaard

Hallo bloggertjes,

we weten nu dat het winter is. Wat is het belangrijkste kenmerk van de winter? Sneeuw (Samantha) neen, toch niet want kijk het is winter en het sneeuwt niet… Koud (Febe)

Wat doen wij in de winter om te zorgen dat we het lekker warm hebben?

Binnen blijven (Arno) warme kleren (Fleur) jas en sjaal (Yosa) aan de kachel zitten (Brend) lekkere warme wanten aandoen (Anna) warme kousen (Issa) warme chocomelk (Arno) warme thee drinken (Roman)

De dieren wonen buiten en wij niet. Wij hebben een huis om het lekker warm te hebben. Hoe kunnen de dieren buiten in de kou overleven?
Sommige dieren hebben een lekker warme vacht (Jens) sommige dieren kunnen zich wit maken zodat de vossen hun niet meer kunnen zien (Yaro)
Inderdaad, een hermelijn. We bekijken eens een afbeelding van een hermelijn want niet iedereen kent dat dier. Helena vindt het enorm schattig. Ik minder want ’t heeft eens serieus in mijn vinger gebeten 😉

Wat kunnen dieren nog doen? Naar een warm land vertrekken (Yosa) Welke dieren doen dat? Vogels of zwanen. (Arno) “Zwanentrek” reageert Jens. 🙂 Neen, vogeltrek, klinkt het. Eén van de woordjes van de woordenlijn.

Nog ideeën?

Een deken op de rug van een paard doen (Helena) een winterslaap doen (Arno) Welke dieren kennen we die een winterslaap doen? Muizen (Samantha) vleermuizen… die hangen zo omgekeerd (Jens) beren, die hebben een dikke vacht die kunnen goed slapen, die moeten zelf geen dekentje hebben (Brend)

Wat kunnen dieren nog doen? een beetje eten gaan halen (Febe) Inderdaad. Maar ze doen dat niet echt meer in de winter. Waarom niet? Omdat er blaadjes en sneeuw ligt. (Anna) Het eten ligt er onder. (Anna) Wat gebeurt er met de grond als het sneeuwt? Of heel koud is? Het bevriest dan. (Yaro) Dieren zoeken inderdaad eten maar ze doen dit op voorhand. Wanneer? In de herfst (Roman) Wat valt er in de herfst wat de dieren eten? Kastanjes (Lennert) nootjes (Yosa) eikels (Fleur) apennootjes (Martha) Ze brengen dat dan naar hun holletje of nestje. Hoe heet dat dan? We zouden het allemaal moeten weten want we hebben dit ook geleerd en we herhalen dit elke dag… Ze bewaren hun eten. (Yosa) Inderdaad, maar hoe heet dat? Een wintervoorraad (Helena)

Er zijn dieren die niet naar een warm land gaan, die geen wintervoorraad aanleggen. Neen, dat zijn dieren waar wij ook een beetje zorg voor moeten dragen. Welke dieren? Roodborstjes (Brend) Welk dier is dat? Een vogel (Yaro)

Wat kunnen we doen voor de vogels? Boterhammen geven (Febe) Een vogelhuisje (Fleur)  Water geven (Arno) Eten kopen (Samantha) Hoe heet dat eten dat we kopen voor de vogels? Zaadjes (Anna) Zakje met nootjes hangen (Martha) Die bollen in een netje (Helena) Mijn pépé heeft dat ook (Fleur) Hoe heet dat? Vetbollen (Brend) Of mezenbollen, kan je ook zeggen.

We bekijken de vogels op het blad dat de kleuters dit weekend mee naar huis krijgen. “Ja, we gaan vogelspotten”, weet Brend. Aangezien de kopie niet mega-duidelijk is, bekijken we de vogels in kleur op een grotere afbeelding. Welke is de eerste vogel die we zien? Een duif (Jasper) Naast de duif zit er een klein vogeltje… Niemand weet het. Een mus.  De volgende vogel… het zijn er twee. De zwarte is het jongetje, de bruine het meisje. Een merel (Lando) Naast de merel hebben we daarnet geleerd is… een meesje. (Helena) Naast het koolmeesje staat een… roodborstje (Jefferson) De laatste is een vogel waar veel mama’s en papa’s niet zo blij mee zijn. Kraai (Fleur) ekster (Martha) Het lijkt er inderdaad op maar het is een kauw.

We gaan dat blad deze week mee naar huis krijgen. Vergeet je naam er niet op te schrijven. Thuis kijken we af en toe in de tuin als we één van de vogels zien. Je mag meer dan één kruisje zetten natuurlijk als je meer dan eens bijv. een merel ziet. Mama’s, papa’s of broer of zus die kunnen lezen, kunnen even helpen om op de juiste plaats een kruisje te zetten want de kopie is niet zo duidelijk. “Ja, maar je kan het wel zien aan de vorm!” reageert Helena. Dankjewel, Helena, voor je flexibiliteit! 😀

Groetjes juf Bérénice

 

Een nieuw thema

Standaard

Hallo bloggertjes,

maandag zijn we gestart met een nieuw thema.

Arno denkt ‘herfst’. Neen, het lijkt misschien wel zo maar het is niet herfst maar… “Winter”, weet Fleur.

Hoe noemen we zomer, herfst, winter en lente? “Een seizoen”, herinnert Fleur zich.

Weet er iemand in welke maand het winter wordt?

Niemand weet het. Welk was de vorige maand? Wie weet dat nog? “December”, herinnert Samantha zich. Inderdaad. En op 21 december elk jaar begint de winter.

Martha heeft nog een weetje voor ons: “In de winter zijn de dagen het kortst.” Waw! Inderdaad, het is veel donker in de winter.

Waar denken we aan bij de winter?
Cedric denkt aan blaadjes maar de anderen reageren direct: Neen, er zijn geen blaadjes.” Hoe heet dat? “Kaal!” Klinkt het in koor. Er zijn wel bomen die groen zijn. Welke? We hebben dit geleerd a.d.h.v. de woordjes van de woordenlijn. “Naaldbomen”, weet Yaro.

Aan wat denken we nog bij de winter? Sneeuw (Febe) sneeuwpoppen (Jasper) sneeuwballen (Arno) sneeuwmannen (Jefferson) koud (Samantha) op de grond is er ijs (Lennert) een sneeuwkamp (Fleur) iglo (Yosa) ijs dat bevroren is om te schaatsen (Roman)
Een schaatsbaan (Helena) pinguïns (Samantha) samen spelen op de slee met uw vriendjes (Brend) sneeuwschoenen ( Anna)

We spreken allemaal over sneeuw en ijs maar is het nu winter? “Neen” denken de meesten. Toch wel. In december is het winter, nu in januari, in februari en zelfs tot maart. Welk seizoen begint in maart? “Lente”, weet Anna.
Het is dus nog bijna drie maanden winter. Da’s lang.
We bekijken op de scheurkalender hoeveel “briefjes” het nog winter is. Een heleboel, zo blijkt!

Dus nu is het ook winter… Wat past er dus ook bij de winter? Wind (Fleur) bewolkt (Arno) regen (Jens)

Ook de zon kan schijnen in de winter. Kunnen we dan in onze t- shirt buiten lopen? De meesten denken van wel. Maar als we eens voelen… Toch maar niet. Hoe heet zo’ zonnetje in de winter? Lennert denkt een ‘gewone zon’, Roman een ‘koude  zon’ maar Helena weet het nog: “Een winterzon”. Inderdaad en die geeft niet superveel warmte.

Voilà, we weten nu ook dat winter niet enkel sneeuw en ijs is. 😉

Groetjes, juf Bérénice