Categorie archief: Spelen met taal

Indianennamen

Standaard

Hallo bloggertjes,

indianen hebben meestal geen gewone voornaam. Neen, meestal verwijst hun naam naar een karaktertrek of typische eigenschap en komt er meer dan eens een dier in hun naam voor.

We gaan vandaag op zoek naar onze indianentotem.

We maken het niet te moeilijk. Voor de eigenschap gaan we op zoek naar iets wat we goed kunnen of gewoon heel leuk vinden. En het dier wordt ons lievelingsdier.

Roman moet niet lang nadenken… Fietsend jachtluipaard.

Febe vindt het moeilijk maar Rafael kan haar helpen want hij herinnert zich dat ze goed kan paardrijden. Dus het dier wordt een paard. Juf heeft Febe nu al bijna twee jaar in haar klas en niets zo aanstekelijk als haar lach. Dus Febe wordt ‘Lachend paard’.

Cedric weet het ook niet zo goed. Maar Lino vindt dat hij goed kan lopen dus als eigenschap krijgt hij ‘snel’. Dan kiest Cedric een dier dat net niet aan de verwachting van ‘snel’ voldoet maar het maakt wel dat hij een grappige indianentotem krijgt, nl. ‘Snelle schildpad’.

Merel vindt het ook niet zo gemakkelijk. Wat kan ik goed? Anna weet het: kleuren. Een dier weet Merel ook niet goed dus we laten haar even nadenken tot er andere kleuters aan de beurt zijn geweest. Ze kiest uiteindelijk paard maar op die manier heeft ze dezelfde totem als Anna dus dat kan niet. Ik stel ‘pony’ voor en dat vindt Merel onmiddellijk goed dus vanaf nu heet Merel ‘Kleurende pony’.

De volgende kleuters voelen blijkbaar goed aan wat er van hen verwacht wordt en moeten niet lang nadenken over iets wat ze goed kunnen (of leuk vinden) en een dier. De indianentotems volgen elkaar snel op:

Yaro: Snelle poema

Jefferson:Baskettende leeuw

Rafael: Voetballende aap

Issa: Voetballende beer

Lino: Drummende pinguïn

Arno: Zwemmende ezel

Victor: Sportende olifant

Anna: Kleurend paard

Helena: Dansend konijn

Lennert: Voetballende tijger

Lando: Zwemmende aap

Jens: Snelle slang

Ewout: Zwemmende olifant

Jasper: Zwemmende steenarend

Yosa: Keeperende panter

Brend: Snelle wolf

Fleur: Springend konijn

Martha: Zwemmende zeehond

Dan mogen de kleuters een indianennaam voor mij bedenken. Helena kiest een ‘zebra’ en Brend wil iets met mijn krullen verzinnen maar weet niet onmiddellijk iets. Febe vindt dat mijn benen blinken – haha, ze zijn nogal wit, dus misschien bedoelt ze dat ze licht geven in het donker 😉 – dus bij deze krijgt het K3-opperhoofd als indianentotem ‘Blinkende zebra’.

De verzonnen indianentotems vinden de kleuters hilarisch. En als ik mijn aanwezigheidsregister neem en hen zo aanspreek, kan de pret niet meer stuk…

Groetjes, juf Bérénice… euh, ik bedoel ‘Blinkende zebra’ 😉

 

Advertenties

Vogeltjes in de kou

Standaard

Hallo bloggertjes,

de kleuters maken vandaag zelf een verhaaltjes aan de hand van eenvoudige prenten.

vogeltjes in de kou - prent1

 

 

 

 

Elize (Anna) ging met een mooie zak met graantjes op stap. (Jens, Yosa) Ze ging op stap in de sneeuw (Merel) op een mooi sneeuwtapijt. (Helena) Ze liep in het bos (Lennert) tussen de kale bomen. (Fleur)

vogeltjes in de kou - prent2

 

 

 

 

 

“Ik wil de vogeltjes eten geven.” (Brend) Elize laat de graantjes vallen. (Yaro) De vogeltjes vliegen uit hun nest. (Yosa) Dan gaan alle vogels eten. (Samantha)

vogeltjes in de kou - prent3

 

 

 

 

De takken van de boom met het vogelnest “valde” naar beneden want de grote windwolk “blaasde” het naar beneden. (Arno) De vogeltjes zijn triestig (Anna) en boos op die wind. (Samantha) “Stoute wind!” (Brend)

vogeltjes in de kou - prent4

 

 

 

 

Elize is boos op de wind omdat het nestje kapot is. (Jefferson, Helena) “Oei, het nestje is gebroken, ik wil jullie helpen!” (Martha)

vogeltjes in de kou - prent5

 

 

 

 

Elize en “zijn” papa zijn een vogelhuisje aan het maken voor de vogeltjes. (Fleur, Issa) “Dankjewel papa dat je het vogelhuisje hebt gemaakt!” (Anna) “De vogels gaan dat vast leuk vinden!” (Febe)

vogeltjes in de kou - prent6

 

 

 

 

 

“Hij” gaat het vogelhuisje aan de boom hangen. (Victor) De vogeltjes zijn blij. (Ewout) Ze gaan er snel in vliegen. (Jasper, Rafael) De vogeltjes zeggen tegen Elize: “Dankuwel!” (Samantha)

Hopelijk hebben jullie genoten van ons spannend verhaal! 😀

Groetjes, juf Bérénice

Milieu-slogans

Standaard

Hallo bloggertjes,

we verzinnen enkele rake slogans die met ons thema ‘milieu’ te maken hebben. Voor sommige kleuters lukt dit heel vlotjes want we hebben er gisteren al heel veel over geleerd maar voor anderen is het toch nog allemaal heel nieuw.

De ene kleuter maakt heel vlot een zin, de andere geeft een steekwoord en we breien er samen een zin aan vast. Maar er is hoe dan ook serieus gebrainstormd!

Enkele leuke slogans:

Ik gooi iets dat stuk is in de vuilbak. (Larissa)

Wat kapot is, moeten we naar het containerpark brengen. (Margot)

Als we bloemetjes zaaien, is het mooi. (Amaris)

Geen papiertjes op de grond! (Alexandre)

Je boterhammen niet in een aluminiumfolie zitten. (Manon, Miel)

In het compostvat moeten bananenschillen en korstjes. (Miel)

Een drinkbus meedoen, is goed. (Oona, Dylan)

Alles wat afval is, moet naar het containerpark. (Cécile)

Niet te veel benzine gebruiken. (Lena)

Een koekendoosje meebrengen is het beste. (Jesse, Seth)

Zorg dragen voor het milieu! (Lena)

Wij willen een afvalarme klas! (Miel)

Met deze rake slogans zijn we alvast op goeie weg! Aan de creatafel tamponneren we met de lettersjablonen enkele van deze slogans zodat ze voor iedereen zichtbaar worden.

Groetjes, juf Bérénice

De B- van België

Standaard

Hallo bloggertjes,

in de kring oefenen we kop-buik-staartwoordjes die beginnen met de b. “De b- van België”, reageert Miel. Inderdaad!

Wat zijn kop-buik-staartwoordjes?

Bvb  B(=kop) – A (=buik) – L (=staart)

Kop-buik-staartwoordjes zijn altijd korte woordjes.

Ik hak het woordje (bvb bal) in stukjes en zeg dan: “b-a-l” Welk woordje zeg ik? De kleuters draaien het juiste prentje om.

Cedric

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op die manier oefenen we de auditieve herkenning die heel belangrijk is naar het voorbereidend lezen toe.

Hierbij aansluitend maken we deze week een werkblaadje, nl. ‘woordjes met beginletter b-‘.

Succes!

Groetjes, juf Bérénice

 

 

 

Brief aan de sint

Standaard

Hallo bloggertjes,

deze ochtend schrijven we een brief aan de sint.

Waarom doen we dat? Omdat we speelgoed van de sint willen krijgen. (Cécile)

Ja, da’s waar maar we kunnen niet zomaar onze brief beginnen met “ik wil dit” en “ik wil dat”. Da’s niet zo beleefd hé. Hoe kunnen we een brief beleefd beginnen?

Lieve Sint (Miel) en lieve Zwarte Piet (Lena)

Weet de sint wie we zijn? “Neen”, klinkt het. OK, wat moeten we dan vervolgens schrijven?

Wij zijn kinderen van de klas van K3 van juf Bérénice in de Zandloper. (Lena, Miel, Cécile)

Wat schrijven we nog als we iemand een lange tijd niet gezien hebben?

Ik heb jullie gemist. (Oona)

Ja, da’s lief maar wat zeggen bijvoorbeeld oma of opa tegen jullie als ze jullie zien?

Hoe is het met jullie? (Noa) Inderdaad!

En dan kunnen we de vraag stellen waarom we de brief eigenlijk schrijven.

Ga je ons alsjeblieft cadeautjes brengen? (Zowé)

De kinderen verwoorden om beurt in een beleefde zin hun “wensen”:

Mag Miel alstublieft een beetje Lego?

Lieve, goeie Sint, Cécile wil graag een clownspak.

Noa vindt Playmobil leuk.

Lieve Sint, mag Alexandre alstublieft auto’s?

Krijgt Seth alstublieft een kraan?

Mag Zowé alstublieft Playmobil?

Mag Larissa alstublieft een paard?

Goede Sint, Manon wil alstublieft een popje.

Goeie Sint-Nicolaas, “ik hou van jou” zegt Oona en ze wil graag een paard hebben, alstublieft.

Lieve zwarte pieten en lieve Sinterklaas, mag Amaris graag een pony?

Mag Ashly alstublieft een kraan?

“Ik wil een dolfijn”, zegt Cedric.

Mag Lena alstublieft een hondje die kan stappen?

Lieve Sint, mag Zeno alstublieft een politiewagen?

Mag Dylan alstublieft een drumstel?

Lieve Sint, mag Paulien alstublieft een vliegende pony?

Mag Margot alstublieft een bal?

Febe en Jesse zijn afwezig dus zouden zij ook niet graag op de brief staan? “Ja” Hoe doen we dat dan?

Febe en Jesse zijn er ook nog bij (Amaris) dus breng alsjeblieft nog twee cadeautjes. (Manon)

Hoe sluiten we de brief af?

Dag Sinterklaas (Zeno) Tot de volgende keer (Lena) Tot volgend jaar (Miel) Ja, maar we willen toch nog dat hij dit jaar komt?! Tot volgende week! (Manon) Inderdaad, want dan verwachten we hem op school zoals we ’s morgens gezien hebben op de kalender.

Nog iets erbij?

Groetjes aan alle pieten. (Miel) En kusjes van alle kindjes. (Lena)

Wat doen we nu met de brief?

Aan de postbode geven. (Lena) Ja, maar kan ik dat zo afgeven? “Neen, in een envelop steken”, weet Lena, “en er voor Sinterklaas opschrijven”, vervolledigt ze. Wat moet er nog op? “Een postzegel”, vult Cécile aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inderdaad! En daarnet ging de brief in de brievenbus… benieuwd of we ook een antwoord mogen verwachten!

Groetjes, juf Bérénice