Categorie archief: Voorbereidend lezen

Leesrups

Standaard

Hallo bloggertjes,

oefenen voor het eerste leerjaar doen we op allerlei manieren. Het leukst is uiteraard aan de hand van spelletjes. Zo maken we vandaag kennis met ‘Leesrups’.

Met Leesrups wordt het visuele aspect van het lezen geoefend. Zoek het juiste woordje dat bij de prentjes hoort (aan de hand van de kijkkaartjes) en maak zo de leesrups.

Jefferson

 

 

 

 

 

 

 

 

Het spel wordt klassikaal uitgelegd in de kring. Iedereen krijgt een beurt zodat we allemaal weten hoe het spel gaat.

Ene keer in de hoekjes gaan de kleuters individueel aan de slag want in functie van het voorbereidend leren is het belangrijk dat elke kleuter op zijn/haar tempo oefent.

De meeste kleuters doen er enkele keren over om het spel uit te spelen maar Helena deed het vandaag in één slag. Om ter snelst is beslist niet belangrijk – want we hebben nog een heel schooljaar voor de boeg – maar dit verdient toch een dikke bravo!

Groetjes,  juf Bérénice

Advertenties

Woorddelen klappen

Standaard

Hallo bloggertjes,

vandaag beginnen we de dag met een echte voorbereidende activiteit, we gaan namelijk woorddelen in stukjes klappen.

Alle kleuters kiezen een woordje… Dit lijkt achteraf voor de eerste kleuters die aan de beurt komen een heel moeilijke opgave. Is het nochtans helemaal niet want kies gewoon “iets”, maakt niet uit wat, al is het datgene waar op dat moment je oog op valt. 😉

Elke kleuter klapt individueel zijn/haar gekozen woordje. Nadien zegt hij/zij uit hoeveel stukjes het woord bestaat. Elke kleuter kijkt dan na met de dopjes of ze juist geteld hebben.

Issa

Helena: ka-bou-ter. Helena telt en zegt 3 stukjes. We kijken samen na met de dopjes… het is juist.

Jens: hoed-je. Hij doet het ook helemaal juist.

Anna moet even nadenken maar vindt dan ‘blaad-jes’. Ook Anna is juist.

Jasper heeft het ook moeilijk om een woord te vinden maar kiest dan ‘be-ker’. Hij doet het klappen en tellen juist.

Ook Yaro vindt na lang denken zijn woordje. Het klappen en tellen gaat veel vlotter.

Jefferson: pi-ra-ten-boot. Hij moet eens opnieuw tellen want het is natuurlijk een lang woord. Maar als hij nadien met de dopjes aan de slag gaat, blijkt dat hij juist gewerkt heeft.

Roman: pom-poen. Roman doet het correct.

Febe: kas-sa. Ook Febe is juist.

Lando: pa-pe-gaai. Ook bij Lando prima.

Martha: kaas-je. Ze moet enkele keren opnieuw beginnen – een beetje zenuwachtig precies – maar uiteindelijk lukt het prima.

Issa: Mi-ckey Mous’. Issa denkt twee maar als hij er de dopjes bijhaalt, ziet hij dat er een foutje is, er liggen drie dopjes dus het woordje bestaat uit drie woordstukjes.

Samantha: Min-nie Mous’. Samantha telt juist.

Lennert: te-le-vi-sie. Hij telt het lange woordje correct.

Brend: o-li-fant. Brend weet niet echt hoeveel hij geteld heeft dus hij maakt onmiddellijk gebruik van de dopjes en ziet drie.

Merel: ha-ha-hart. Ze denkt drie stukjes. Eéndelige woorden zijn meestal de vuilkuil bij veel kleuters. De kleuters “rekken” de woorden uit. Ook de dopjes gaan hier niet echt bij helpen. Dit is aanvoelen…

Lino: sneeuw-man. Lino telt correct 2 stukjes.

Fleur: bloem. Fleur klapt het 1-delig woordje correct. Goed zo!

Yosa: ge-reed-schap. Yosa telt helemaal juist.

Victor: Victor maakt steeds zinnetjes maar dat is niet de bedoeling van deze oefening. Ik help hem even op weg en we kiezen ‘bed’ uit zijn zinnetje. Ook hij maakt de veelvoorkomende fout ‘be-ed’. Geen probleem, we oefenen  dit nog volop!

Arno: kik-ker. Ook Arno telt goed.

Rafael: au-to. Idem voor Rafael.

Cedric: “au-to-mak-er”. Cedric doet dit probleemloos.

Het werkblaadje van deze week sluit daarbij aan. En ik druk de kleuters nog op het hart om de dopjes te gebruiken als ze twijfelen.

Groetjes, juf Bérénice

De B- van België

Standaard

Hallo bloggertjes,

in de kring oefenen we kop-buik-staartwoordjes die beginnen met de b. “De b- van België”, reageert Miel. Inderdaad!

Wat zijn kop-buik-staartwoordjes?

Bvb  B(=kop) – A (=buik) – L (=staart)

Kop-buik-staartwoordjes zijn altijd korte woordjes.

Ik hak het woordje (bvb bal) in stukjes en zeg dan: “b-a-l” Welk woordje zeg ik? De kleuters draaien het juiste prentje om.

Cedric

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op die manier oefenen we de auditieve herkenning die heel belangrijk is naar het voorbereidend lezen toe.

Hierbij aansluitend maken we deze week een werkblaadje, nl. ‘woordjes met beginletter b-‘.

Succes!

Groetjes, juf Bérénice

 

 

 

Auditief kerstspel

Standaard

Hallo bloggertjes,

taalspelletjes kunnen ook op een leuke manier.

Ik verdeel de klas in 3 groepen (naar “taal”sterk/zwak) zodat we drie evenwaardige groepjes krijgen. De blauwe, rode en gele ploeg.

Elke kleuter van elke groep krijgt om beurt een taalopdracht: bvb. Hoeveel woordstukjes hoor je bij kerst-bal? Wat zeg ik: k-e-rst?

Dylan

 

 

 

 

 

 

 

 

Als het antwoord juist is, mogen de kleuters een gekleurde magneet in de kerstboom hangen.

Als alle opdrachtjes zijn gegeven, kijken we wie de winnaar wordt.

tellen

 

 

 

 

 

 

 

 

We tellen per ploeg de gekleurde magneten.

winnaars

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is spannend. De ploegen zijn aan elkaar gewaagd, maar de gele ploeg – met Cécile, Paulien, Dylan, Noa, Cedric en Febe – wint met één magneetje meer dan de rode en 3 meer dan de blauwe ploeg. Bravo!

Groetjes, juf Bérénice

Kikkers K-boekje

Standaard

Hallo bloggertjes,

jullie hadden 2 weken geleden de opdracht gekregen om met jullie kleuters in tijdschriften en folders op zoek te gaan naar K-woordjes.

Vanmorgen hebben we gemeenschappelijk een auditief taalspelletje gespeeld. Juf hakt een woord: k-aa-s. Wat zeg ik?

Elke kleuter krijgt voldoende woordjes om te oefenen. Bij de ene gaat dit al veel beter dan bij de andere maar da’s niet erg … we komen naar school om te leren!

Het werkblaadje van deze week sluit daar bij aan: auditief de k-woordjes herkennen.

Aan de creatafel en in het schrijfhoekje krijgen de kleuters de kans om een k-boekje te maken. Hoe doen we dat?

1. De kleuters kleven op elk blad een k-woordje.

2. Ik schrijf de k-woordjes er naast.

3. De kleuters schilderen de letters na aan de creatafel of stempelen dit met de letterstempels in het schrijfhoekje.

Met deze opdracht oefenen we op visueel vlak.

De kleuters die hun k-boekje nog niet konden afwerken – omdat het volzet was (of nog geen zin hadden 😉 ) – krijgen hier donderdag nog de kans toe.

Groetjes, juf Bérénice

PS Vergeten zeggen: sommige kleuters gebruikten als kaft van het K-boekje hun schilderij en Kikker dat we de voorbije weken maakten op de heen- en weermiddag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Werkblaadje van de week: “De aa van schaap”

Afbeelding

Hallo bloggertjes,

Auditieve discriminatie krijgt een héél belangrijke plaats in de derde kleuterklas. Je zal merken dat er heel dikwijls een werkblaadje tussenzit waarin ‘horen’ (dus het auditieve) de klemtoon krijgt. Want oefening baart kunst!

In welke woorden hoor je de ‘aa’ van schaap?

De opdracht is om alle aa-woordjes in te kleuren. Als ze dit zelfstandig hebben gedaan, komen ze bij mij. Individueel vraag ik welk woordje ze benoemd hebben, want sommige kleuters hebben ‘zwaan’ niet gekleurd en deze heeft nochtans een aa-klank. Maar als ik het prentje dan laat benoemen en ze zeggen ‘eend’… tja, eend heeft geen aa-klank dus is hun gedachtengang wel juist!

Ik herhaal het woordje dat zij genoemd hebben dan nog eens met de nadruk op de aa-klank. Ik stel dan de vraag of ze de ‘aa’ horen in het woordje. Op deze manier lukt het sommige kleuters wel, wat zelfstandig moeilijker ging. Maar dan weet ik dat deze kleuters op de goeie weg zijn…

Bij andere kleuters merk ik dan weer dat ze de aa-klank helemaal niet kunnen onderscheiden, zelfs niet als ik er de nadruk op leg. Zij zijn dus nog niet echt toe aan het voorbereidend lezen… maar gelukkig krijgen we nog een heel jaar om te oefenen! So, no worries! 😉

Groetjes, juf Bérénice

Aa-woordjes

Standaard

Hallo bloggertjes,

vanmorgen weer een activiteit in het kader van het voorbereidend lezen.

Op de grond liggen allemaal prentjes van woorden met de aa-klank. We benoemen eerst allemaal samen elk prentje.

Dan start het echte oefenen…

Ik hak het woord in stukjes bvb. k-aa-s. Een typisch “kop-buik-staart”-woordje heet dat dan.

Welk woord heb ik gezegd? Dat lijkt voor ons heel evident maar de helft van de klas kan niet horen welk woordje ik zeg. Geen zorgen, we oefenen dit nog volop dit schooljaar.

Ook het werkblaadje deze week sluit daar bij aan maar meer daarover later…

Groetjes, juf Bérénice